WTMaak 5.0 | Project | Instellingen | Aan het Begin | Adaptief Type I

Bij adaptief toetsen type 1 worden aan de hand van de behaalde resultaten vragen van een hoger of lager niveau aangeboden.

Adaptief toetsen:
Bij adaptief toetsen wordt het niveau van de vragen aangepast aan het niveau van de cursist.Bij correcte beantwoording worden vragen op een hoger niveau aangeboden. Bij foutieve beantwoording gaat het niveau omlaag. WinToets berekent na afloop een cijfer, maar dat cijfer is afhankelijk van het gemiddelde toets- en cursistniveau.

Adaptief type 1:
Tijdens het toetsen kan van niveau worden gewisseld. Adaptief toetsen is alleen mogelijk als binnen de aan te bieden toets voldoende vragen van verschillende niveaus aanwezig zijn. Het niveau geeft u aan via Item | Metadata. WinToets kent maximaal tien verschillende vraagniveaus.


Figuur: Adaptiviteit instellen via Project | Instellingen | Aan het begin.

Adaptief 1 werkt met het gemiddelde percentage over alle beantwoorde items. De cursist volgt de volgende route:

Wanneer er niet van elk niveau voldoende items beschikbaar zijn dan kan het lijken alsof er vreemde sprongen worden gemaakt.

Stel dat iemand op het gewenste niveau 3 zit, en als laatse item ook een item van niveau 3 gehad heeft en als volgend item weer een item van niveau 3 zou moeten krijgen.
Stel dat er dan geen items van niveau 3 meer zijn en ook niet van niveau 4.
Dan krijgt hij daarna een item van niveau 2 (maar zit intern op gewenst niveau 3).
Stel dat hij dat item goed maakt en dat daardoor intern naar gewenst niveau 4 stijgt.
Dan krijgt hij daarna een item van niveau 5 (maar zit intern op gewenst niveau 4).

Analyses van type 1 en 2 terugzien in WTAnalyse 5.0

Bij het openen van een toetsuitslagbestand is in de Hoofdlijst niet direct te zien of een toets adaptief is afgenomen. Hiervoor kijkt u naar de waardes die bij TN (= afgenomen toetsniveau) en CN (= afgenomen cursistniveau) staan. De waardes voor TN en CN verschijnen altijd, als aan items een niveau (= metadataveld) is gekoppeld. Als het cijfer bij TN afwijkt van CN, dan is er adaptief getoetst.


Figuur: In de rechterafbeelding is de toets adaptief afgenomen. Dit blijkt uit het feit dat het toetsniveau (TN) en het cursistniveau (CN) verschillend zijn.

De getallen bij TN en CN kunnen lopen van 0 t/m 9. 0 is het laagste en 9 het hoogste niveau voor afname. Elk item kan tijdens het metadateren ingeschat worden op een bepaald niveau.
Via de p- en Rit-waarden kan gekeken worden of de toets voldoende kwaliteit heeft en of de moeilijkste items ook het beste discrimineren. In bovenstaande afbeelding [rechts] zijn er twee personen met een persoonlijk afgenomen niveau (CN) van 4,7. Dit betekent dat bijna alle vragen op niveau 5 zijn gemaakt. In dit voorbeeld was er een instapvraag op niveau 3, waarna men (indien goed) op niveau 4 kon komen en daarna (indien goed) vragen op het hoogste niveau 5 kon gaan maken. De één scoort bij TN op dat niveau een 7,8 en de tweede een 8,4. De laatste heeft dus op de hoogste niveaus ook de meeste items goed gescoord.

Bekijk ook de mogelijkheden van adaptief toetsen type 2