WinToets 5.0 | Theorie | Adaptief toetsen

Bij adaptief toetsen wordt de vraagstelling tijdens de toetsafname qua niveau aangepast aan wat de cursist doet.

Worden vragen goed beantwoord dan kunnen vragen op hoger niveau worden aangeboden. Worden vragen fout beantwoord dan wordt het niveau naar beneden bijgesteld. WinToets berekent na afloop wel het cijfer, maar dat cijfer is dan gerelateerd aan het gemiddelde toets- en cursistniveau.

Het enige wat u nodig heeft voor adaptief toetsen is een itembank waarbij alle items zijn voorzien van het metadataveld niveau. U regelt dat per item via Item | Metadata. Adaptiviteit zet u aan in WTMaak via Project | Instellingen | Aan het begin.

WinToets kent vier vormen van adaptief toetsen:

Analyses van type 1 en 2 terugzien in WTAnalyse 5.0

Bij het openen van een toetsuitslagbestand is in de Hoofdlijst niet direct te zien of een toets adaptief is afgenomen. Hiervoor kijkt u naar de waardes die bij TN (= afgenomen toetsniveau) en CN (= afgenomen cursistniveau) staan. De waardes voor TN en CN verschijnen altijd, als aan items een niveau (= metadataveld) is gekoppeld. Als het cijfer bij TN afwijkt van CN, dan is er adaptief getoetst.


Figuur: In de rechterafbeelding is de toets adaptief afgenomen. Dit blijkt uit het feit dat het toetsniveau (TN) en het cursistniveau (CN) soms verschillend zijn.

De getallen bij TN en CN kunnen lopen van 0 t/m 9. 0 is het laagste en 9 het hoogste niveau voor afname. Elk item kan tijdens het metadateren ingeschat worden op een bepaald niveau.
Via de p- en Rit-waarden kan gekeken worden of de toets voldoende kwaliteit heeft en of de moeilijkste items ook het beste discrimineren.

In bovenstaande afbeelding [rechts] zijn er twee personen met een persoonlijk afgenomen niveau (CN) van 4,7. Er van uitgaand dat de toegekende niveaus tussen 1 en 5 lagen betekent dit dat bijna alle vragen op het hoogste niveau zijn gemaakt. In dit voorbeeld was er een instapvraag op niveau 3, waarna men bij correcte beantwoording op niveau 4 kon komen en daarna (bij correcte beantwoording) vragen op het hoogste niveau 5 kon gaan maken. De één scoort op dat niveau een 7,8 en de tweede een 8,4. De laatste heeft dus op de hoogste niveaus ook de meeste items goed gescoord.


Voorbeeld uit de praktijk | Onderwijsmuseum

In de periode 2006-2007 is in het Onderwijsmuseum te Rotterdam een Geografische Kennistoets afgenomen onder ruim 2200 bezoekers. Dit in het kader van de tentoonstelling 'Waar ben ik?' over de geschiedenis van het vak aardrijkskunde door de eeuwen heen. Deze bezoekers varieerden qua achtergrond van leerlingen uit groep 7/8 van het basisonderwijs tot een groep hoogleraren Geografie van diverse universiteiten. Allen maakten dezelfde toets. Omdat via Inlogvragen ook leeftijd en geslacht zijn gevraagd, kon men bij de VU te Amsterdam een prachtig inzicht krijgen in de geografische kennis van 'de Nederlander'.

De resultaten van dit onderzoek met WinToets 3 t/m 4 (en later met Quayn), zijn gepubliceerd in het tijdschrift Geografie van het KNAG [februari 2008]. Auteurs hiervan: Joop van der Schee [VU] en Henk Notte [Citogroep]. Er werd getoetst met gebruikmaking van de instelling 'Adaptief Type 2', in te stellen in WTMaak via Project | Instellingen | Aan het begin. Het project is hierna voortgezet en heeft tot 2014 bestaan.


Figuur: Cijferverdeling van het onderwijsmuseum.

Ondanks dat de toets gemiddeld vooral onvoldoende is gemaakt, hebben de cursisten daar niets van gemerkt: men kreeg een certificaat afgedrukt met daarop alleen het gemiddelde behaalde niveau.


Figuur: Artikel in Geografie | KNAG.