WinToets 4.0 | Theorie | Werken met Rit-waardes

Rit-waarde van een vraag = De correlatie van die vraag. Dat wil zeggen: het gemiddelde cijfer van de cursisten die deze vraag goed hadden, wordt vergeleken met het gemiddelde cijfer van alle leerlingen. Rit staat voor item-totaalcorrelatie. Er bestaat ook nog een Rir [= item-restcorrelatie]. Die wordt door WinToets niet berekend.

Uitleg hierbij:

Een Rit-waarde kleiner dan 0 wil zeggen dat die vraag goed gemaakt is door leerlingen die onder het gemiddelde scoren. Opvallende vragen (slechte vragen?) zijn bijvoorbeeld vragen met een kleine p-waarde en een negatieve Rit-waarde.
Vragen met een Rit-waarde die vrijwel gelijk is aan 0 zijn wellicht gokvragen. In dat geval zal de p-waarde ook kunnen gaan richting de gokkans (b.v. 0,25 bij een 4-keuze vraag). Gekeken wordt of de betere studenten een vraag relatief vaker goed scoren dan de mindere studenten. Is dat niet zo, dan ordent een vraag de cursisten op een minder goede manier. De verwachte correlatie tussen item en totaalscore moet eigenlijk minimaal 0.20 of hoger liggen.

Voor het beoordelen van Rit-waarden geldt onderstaande norm:
(Veldhuijzen, Goldebeld & Sanders, 1993):

De Rit-waarde van vraag x wordt als volgt berekend:

Uitgaande van 10 leerlingen: Wanneer bijvoorbeeld vraag 1 door slechts 2 van de 10 leerlingen goed is gemaakt en deze 2 leerlingen hebben als eindscores resp. een 8,5 en een 9,5 dan is pg(1) dus 9.

Door p(x) te vermenigvuldigen met (pg(x)-p)/p krijgt u de correlatie van een vraag: r(x) = p(x) . (pg(x)-p)/p

Met bovenstaand voorbeeld voor vraag 1 levert dat dus het volgende op:
r(1) = p(1) . (pg(1)-p)/p
= 0,2 . (9-6)/6
= 0,2 . 3/6
= 0,1

Overigens is op dezelfde manier ook de correlatie van een cursist te berekenen. Een negatieve correlatie betekent in dat geval dat de cursist de moeilijker vragen juist beter en de gemakkelijker vragen juist slechter heeft gemaakt dan de andere leerlingen.

Meer lezen over Rit-waardes in WTAnalyse? [ klik hier ]